Dit rulebook bepaalt de regels en voorschriften die van toepassing zijn op de races georganiseerd op circuits en banen door de aangesloten NOSP leden. De NOSP heeft de toetsing van deze regels en richtlijnen ondergebracht in de CDM (Commissie Disciplinaire Maatregelen). Als tuchtcommissie weegt de CDM de betreffende feiten en toetst die aan het Rulebook. De NOSP werkt intensief samen met de Engelse (ORCI); opgelegde straffen worden wederzijds overgenomen.
Art. 1 Racelicentie
Een coureur is te allen tijde zelf verantwoordelijk om een licentie aan te schaffen van de organisatie waar gereden wordt. Voor de aangesloten NAB banen gaat het hierbij om een geldige NAB licentie. Bij deelname aan een wedstrijd zonder deze licentie wordt een schorsing van minimaal 12 maanden opgelegd.
Art. 2 Verantwoordelijkheid coureur
Wie tijdens deelname aan trainingen en wedstrijden alcohol en/of drugs gebruikt zal worden uitgesloten van verdere deelname. Deze overtreding zal tevens bij de NOSP worden aangemeld waarna de CDM hiervoor een sanctie zal opleggen. De deelnemer die bij twijfel niet wil meewerken aan een alcohol- en/of drugstest wordt beschouwd als iemand die gebruikt heeft en is derhalve uitgesloten van deelname.
Art. 3 Techniek
Bij een technische overtreding wordt door de wedstrijdleider een proces-verbaal ingediend bij de CDM. De CDM zal zich vervolgens beraden over een passende strafmaat die aansluit bij de ernst van de overtreding.
Art. 4 Wangedrag en Sancties
Deze schorsingen zijn verplicht en automatisch van kracht direct na de wedstrijd:
Fysiek geweld: 12 maanden schorsing.
Bedreigen: 6 maanden schorsing.
Schelden: 3 maanden schorsing.
Verantwoordelijkheid: Deze sancties gelden onverkort voor de coureur indien het wangedrag wordt gepleegd door diens monteurs, familie of meegebrachte supporters. In relatie tot medewerkers en officials worden de bovenstaande schorsingen verdubbeld.
Art. 5 Baangerelateerde overtredingen en Pitlane-veiligheid
Overtredingen op de baan of in de directe omgeving daarvan leiden tot een directe uitsluiting door de wedstrijdleiding voor de betreffende manche of de gehele wedstrijddag. De wedstrijdleiding stelt van het incident een proces-verbaal op ten behoeve van het CDM. De definitieve duur van de schorsing en de eventuele proeftijd worden door het CDM bepaald. Dit is van toepassing bij bijvoorbeeld:
Deliberate fencing.
Rammen van een stilstaande auto op of naast de baan.
Rammen van een auto komend vanaf het middenterrein.
Met opzet hoeken van een auto welke men inhaalt of door wordt ingehaald.
Wangedrag of onveilig gedrag op,- of buiten de baan, waaronder te hoge snelheid in pitlane of wangedrag jegens officials en medewerkers.
Art. 6 Omschrijving Deliberate fencing
Van deliberate fencing is sprake wanneer een auto naar het oordeel van de wedstrijdleiding met onredelijke snelheid of via de binnenzijde in de boarding wordt gedrukt. Een spin tegen de boarding of licht contact in de racerichting valt hier in de basis niet onder. Indien een concurrent met excessieve snelheid of met een overduidelijk gevaarlijke intentie in de boarding wordt gedrukt - ongeacht de exacte hoek van impact - kan dit door het CDM als deliberate fencing worden gesanctioneerd indien de veiligheid hiermee ernstig in het geding is gebracht.
Art 7. Social media
Als een coureur of een teamlid of familie denigrerende opmerkingen maakt en/of onwaarheden verkondigd op social media kan dit voor de coureur uitsluiting van racen tot gevolg hebben.
Art. 8 Seizoensgebonden Schorsingen
Een officieel seizoen loopt van 1 maart t/m 30 november. Schorsingen worden bepaald in race-maanden. Voorbeeld: wanneer een coureur een overtreding begaat op 31 oktober en een schorsing van 6 maanden krijgt, wordt alleen de maand november berekend. De overige vijf maanden worden toegepast vanaf 1 maart van het daaropvolgende jaar.
Art. 9 Schorsing
Een vereniging behoudt het recht een coureur voor zijn eigen wedstrijden langer te schorsen dan de NOSP. Schorsingen van drie maanden of langer die door een vereniging worden toegekend, worden ook automatisch door de NOSP beoordeeld.
Art. 10 Herhaling, Voorwaardelijke straffen en Strafmaatbepaling
Indien een schorsing wordt opgelegd ontvangt de coureur ook automatisch minimaal eenzelfde periode voorwaardelijk. Bij herhaling wordt de duur van de straf verdubbeld. Bij meermaals herhaling volgt een schorsing voor onbepaalde tijd. Indien een rijder tijdens de schorsingsperiode toch deelneemt aan een wedstrijd, ook al is dit een wedstrijd op een niet aangesloten NOSP baan dan wordt de schorsing (aanzienlijk) verhoogd en gaat de verhoogde schorsingsperiode in zijn geheel opnieuw
Art. 11 Dispensatieverzoeken
Het CDM behandelt verzoeken voor dispensatie betreffende klasse-overstappen. Indien een jeugdrijder de overstap naar een seniorenklasse (bijvoorbeeld Stockcar F2 senioren of F1) wil maken voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, is een officiële dispensatieaanvraag bij het CDM verplicht. Verzoeken dienen schriftelijk te worden ingediend en de besluiten worden gedeeld met de promotors en de licentieverstrekkende instantie (NAB).
Art. 12 Gedragscode
Gedrag wat volgens het bestuur van een vereniging schadelijk voor de sport is, kan uitsluiting van racen tot gevolg hebben. Een coureur is altijd verantwoordelijk voor het gedrag van zijn monteurs, familie, en meegebrachte supporters.
Art 13. Toepassing strafmaat.
Het CDM is te allen tijde gerechtigd de strafmaat te verlichten of te verzwaren ten opzichte van eerdere uitspraken of standaarden, indien zij dit op basis van de ernst van de situatie, de risicosetting en/of recidive noodzakelijk achten. De CDM behoudt zich tevens het recht voor om een langere proeftijd vast te stellen.
Art. 14. Onvoorziene Gevallen
Voor alle overtredingen, wangedrag of situaties die al dan niet specifiek in dit Rulebook zijn opgenomen, maar die naar het oordeel van de CDM in strijd zijn met de veiligheid, de sportiviteit of de goede naam van de NOSP en de aangesloten banen, behoudt het CDM zich het recht voor om een passende sanctie op te leggen. Dit artikel dient als sluitstuk om de integriteit van de sport te waarborgen in alle gevallen waarin de overige artikelen naar het oordeel van de CDM niet toereikend zijn.